Peternoster
'Het leven is een groot feest, maar je moet wel zelf de slingers hangen....'

Maandagmail


Over de foto en zo
4 mei 2020

Als beginnend onderwijzer wordt aan mij gevraagd om samen met mijn klas jongens model te zijn voor een foto op een reclamefolder van Recreatiecentrum 'De Bergen' in Wanroij.
Het is in het voorjaar van 1973, de tijd waarover ik schrijf in mijn maandagmail hieronder.

Het is ook de tijd waarin ik op een bijzondere manier Maria leer kennen. Ik zal er in deze maandagmail, maar ook in de volgende, over schrijven.
Bijzonder dus, omdat ik zonder de vastberadenheid van mijn vriend Gerrit nooit het leven zou leiden zoals nu. Ik kan hem alleen maar dankbaar zijn voor het feit dat hij een toevallige ontmoeting zomaar een helpend handje toestak.


'Luste gûllie un pilske?'

Van corona, chocoladepudding met slagroom en meimaanden

Beste mensen van ÉgeWies,

– – Het is mei 2020 – –
Soms lijken de weken op elkaar. Maar daar klopte afgelopen week niks van…
Het aprilzonnetje maakte plaats voor de nodige meiwind onder een betrokken wolkendek. En warempel, er viel zo links en rechts een druppeltje. De tuin fleurde zienderogen op.
Ikzelf ook! Ik zag immers een reclamefolder van een bekende supermarkt in Wanroij met een bijzondere aanbieding: coronabier…. Hoe is het mogelijk!?
Met anderhalve meter afstand is het me gelukt om een sixpack toe te voegen aan mijn kelderkastvoorraadje. Hoewel, corona heeft niet lang kunnen genieten van het interieur van onze kelderkast…

Mijn bierkennis vertelde me dat coronabier uit een Mexicaans flesje van het helderste glas geschonken wordt. Vooruit dan maar!
Dat is me afgelopen weekend een paar keer gelukt en hoewel de náám van het bier tegenwoordig een behoorlijke bijsmaak heeft, is dat met het bier zelf níet het geval.
De glasheldere flesjes en de reclamefolder liggen sinds deze maandagmorgen gezamenlijk in de schuur, klaar om voor recycling afgevoerd te worden.
De gedachte troost me dat corona gelukkig géén statiegeld oplevert….

En dan de verrassing van afgelopen zaterdag op zondag.
Ik werd precies om middernacht verrast door een videofilmpje van onze zoon, waarop hij vol overgave - bijna ÉgeWies zelfs - een zelfgecomponeerd liedje zong met een eveneens zelfgeschreven tekst: het complete recept, op rijm verpakt in drie coupletten, over het bereiden van….. chocoladepudding met slagroom!
Het is een lekkernij waar ik sinds mijn kinderjaren verzot op ben.
De chocoladepudding werd me zondag door hemzelf afgeleverd, waarna de plum met overdadig veel slagroom verlekkerd werd. 
Dezelfde supermarkt van die reclamefolder heeft me daarbij een helpend handje toegestoken…

Ik ben ervan overtuigd: mijn meiweek was me het weekje wèl voor mij… De mariamaand is voor mij meer dan uitzonderlijk begonnen.
Vanmorgen moest ik denken aan de aanleiding tot die turbulente meimaand van teveel jaren geleden….

– – juli 1972 – –
Het is juli 1972 en vakantie voor mij. En vrijwel alle dagen ben ik omhuld met het voor mij mooiste vakantieweer. De zon vol op mijn goudblonde en lange haren. Véél te lang...
Zweetdruppels die zich een lange weg parelen door mijn lange baard. Ook véél te lang… Maar het kan slechter voor een pas 21-jarige…
Het kan slechter ja. Veel slechter! Maar ook véél beter!

Ik zit thuis in Handel als pasgeslaagd onderwijzer en mag halverwege volgende maand aan de slag in de vijfde klas van de Gerardus Majellaschool aan de Noordstraat in Wanroij.
Maar de weken naar volgende maand duren voor mij nog lang. Véél te lang…
Ik heb er immers zin in, want voor mij breekt volgende maand de tijd aan van iets waar ikzelf als 10-jarige al jaloers op werd: het uitdelen van boeken, schriften, pennen. Iets dat ik meester Smeets zag doen toen ik bij hem in de vierde klas van de lagere school zat en zèlf intussen flink moest rekenen…
Toen was dat mijn eerste voornemen en ook de reden om onderwijzer te willen worden.

– – mei 1973 – –
Het is mei 1973 en mijn eerste jaar als beginnend onderwijzer nadert inmiddels het einde.
In die korte tijd ben ik van een Handelse ‘mister’ een Wanroijse ‘meister’ geworden.
Over twee maanden zal het vakantie zijn, maar ik ben er echt niet aan toe. Het is nog steeds een prachtig jaar, waarin ik meer leer dan in de vijf jaar daarvoor tijdens mijn opleiding.
Nog steeds denk ik dat ‘mister’ Smeets twaalf jaar eerder het juiste deed om van mij een ‘meister’ te maken.

Behalve de Wanroijse kinderen van de lagere school leer ik ook nog de pubers kennen.
Samen met mijn collega Henriëtte heb ik een jongerenkoor opgericht met de naam van de enige muze die op dat moment in mijn leven een rol speelt: Terpsichore.
Tijdens mijn eerste jaar in Wanroij spelen doordeweekse meisjes geen rol in mijn leven. Mijn klas bestaat uit enkel jongens en zelf denk ik dat mijn tijd ook nog wel zal komen. ‘Tied zat!’

In de weekeinden speelt Wanroij dan weer geen enkele rol.
Samen met mijn kameraad Gerrit storten we ons in het uitgaansleven van Gemert. Nou is ‘storten’ al een heel groot woord, maar toch.
Regelmatig brengt een Peellandse schone mij het hoofd redelijk op hol. Maar op hol geslagen paarden zijn snel moe en – hoewel ik mij niet reken tot de fanschare van Anky van Grunsven – dat geldt ook voor mij. Mijn hartslag komt vaak weer heel snel in zijn normale ritme. Véél te snel….

– – 6 mei 1973 – –
Maar dan is het zondag 6 mei van datzelfde jaar 1973.
Sinds een jaar heb ik een eigen auto. Zeg maar een dinky toy… Het is een Mini, maar daar maak je wel de blits mee bij de meisjes!
En op die zondag besluiten Gerrit en ik om op mijn verzoek maar eens naar ‘Het Land van Kuuk’ te gaan; naar Sint Tunnis, naar Bos!
Ik had er in mijn Wanroijse loopbaan van al één jaar vaak van gehoord. Bos; hèt uitgaanscentrum voor iedereen die denkt geen verkering te willen…
Het is druk bij Dancing Bos en warempel, ik zie soms een enkeling die ik herken van de donderdagavondrepetitie van Terpsichore. Leuk! Dan hebben we komende donderdag weer iets te praten tijdens het zingen…
Maar verder? Nou ja, de veel te harde discomuziek en de enkele dansplekjes met los-dans-paartjes die ook geen verkering willen, maar die dat op geen enkele manier laten blijken.
En dan de diskjockey zelf, die een paar treetjes hoger achter een microfoon en twee draaitafels met 45-toeren plaatjes zit te goochelen.
CD’s en het woord googelen  waren mij toen nog onbekend.

En dáár zitten ze! Op die paar treetjes hoger. Zij met haar vriendin. En ze kijken naar Gerrit en ze kijken naar mij en ze zeggen iets tegen elkaar.
Ze lachen, hoewel ik dat niet kon horen vanwege die diskjockey achter zijn draaitafels en microfoon.
Al met al is er plotseling reden genoeg voor Gerrit en voor mij om even niet verder te lopen en we draaien ons richting de diskjockey en gunnen onze ogen een blik tot op de hoogte van de derde tree. ‘Mwaah!’
En ik kijk Gerrit aan en ik zie aan zijn gezicht dat zijn polsslag behoorlijk lager moet zijn dan die van mij. Hij wil doorlopen.
Maar ik zie het heel duidelijk. Ik zie twee paar benen die rusten op het tweede treetje van de discotheek met daarboven een kort broekrokje. Een mini broekrok dus.
Geen moment denk ik nu aan mijn eigen Mini; laat staan aan die dinky toys van vroeger….. ‘Mwaah!’
Gerrit kijkt naar mij en ruikt mijn polsslag. ‘Och, we zijn ook niet voor niks naar Bos gekomen vanavond’, grapt hij. ‘Dan moet het ook maar….’
Gerrit trapt af en roept in sappig Handels, luid boven de diskjockey uit: ‘Luste gûllie un pilske??’
De meisjes kunnen het goed verstaan; tegen Gerrits stemgeluid kan geen diskjockey tegenop.
‘Ja hoor,’ lachen de meisjes, ‘dat lusten wij wel!’
‘Dan goat ur mar ènne koope!’, schreeuwt Gerrit.
De diskjockey draait verschrikt de volumeknop nog wat hoger.
Ik schrik ook…. ‘Daar gaat ze’, denk ik, hoewel dit liedje bij de diskjockey en bij mij toen nog niet bekend was.
Ik begrijp de reden van mijn verhoogde polsslag al heel snel; mijn voorkeur is bekend. Die linkse, in dat miniblauw. Zij had iets over mij gezegd tegen haar vriendin. En nu zegt ze weer iets tegen haar….
‘Daar gaat ze’, denk ik weer. Met dank aan Gerrit en zijn pilskes…
Maar nee hoor! Zij en haar vriendin blijven en schuiven naar elkaar toe en maken plek voor ons. Ook op dat derde treetje…
De diskjockey kijkt tevreden naar de rust die nu onder hem ontstaat en draait de volumeknop weer iets lager. We kunnen praten; en wat in zo’n situatie nog belangrijker is: we kunnen elkaar ook verstaan.
Het voert te ver om hier te verhalen wat we die avond van 6 mei 1973 tegen elkaar gezegd hebben.
Nou ja, ze vertelde me dat ze Maria heette en in Boxmeer woonde. En dat ze bijna wekelijks op zondag ‘uit’ ging bij Bos. En ze vertelde iets later ook dat ze bijna 21 lentes jong was.
Maar ze zei me ook al gauw genoeg dat de bus die haar vanaf de Brink in Sint Tunnis weer terug naar Boxmeer zou brengen, al heel snel zou komen. Véél te snel…

Niet veel later verlaten de twee vriendinnen, maar ook Gerrit en ik, de dancing om naar de Brink te lopen. Zij naar de bus die kwam aanrijden en wij naar de Mini.
Vanachter het veel te kleine en lage raampje van het portier zwaai ik voorzichtig naar dat grote raam achter in de bus.
Zal ik Gerrit voorstellen om volgende week het uitgaansleven van Gemert nog maar een keer in te ruilen voor dat van Bos in St. Tunnis…?
Bulderend van het lachen laat mijn kameraad zich door mij naar huis rijden….

– – Nawoord – –
Ik moest een veel te lange week wachten voor het onbekende vervolg van die mariamaand van 1973.
Laat ik dat in mijn volgende maandagmail maar eens verhalen…..

Het wordt me dus mijn meiweekje wel.
Peter

(- - wordt vervolgd - - )