Peternoster
'Het leven is een groot feest, maar je moet wel zelf de slingers hangen....'

Maandagmail


Over de foto en zo
5 oktober 2020

Hiernaast nog eens een foto uit de oude doos die nog in het onderste van de lade lag.

Mijn broer Ton is 16 jaar als hij een nieuwe brommer krijgt van mijn ouders. Een groene Batavus met spatscherm. En met het gele bekende plaatje op het vóórspatbord.

Gelukkig was het toen nog niet nodig om spatschermen te dragen zoals tegenwoordig, om onszelf tegen corona te beschermen. Daar hadden we nog nooit van gehoord. Spatschermen waren fijn bij regenweer. Dan werden de knieën minder nat. De rest werd overigens wel nat!

Ook een helm dragen was in die zestiger jaren niet verplicht en zelfs ook heel ongebruikelijk op een bromfiets.

Hier staan we aan het begin van een van de vele brommertochtjes die Ton (onze Toon) vaak maakte met mij achterop.
Geen helm, geen kinderzitje, maar gewoon stoer (nou ja) achterop!


Ik huil droge tranen

Beste mensen van ÉgeWies,

De herfst is begonnen en dat kunnen we ook heel goed zien en voelen. Ik kijk door het raam en zie de vlinderstruik bijna wegfladderen. Met de verwarming op standje 21 start ik zondag al de maandagmail. Maar blijkbaar neem ik de zondag als rustdag toch iets te letterlijk, want standje 21 maakt me slaperig.
Laat ik de zondag van vandaag met beetje zon maar nemen zoals-ie bedoeld is: voor een middagdutje! Morgen is er weer een volle maandag.

Vanavond zouden wij als ÉgeWies weer eens gaan repeteren. Zouden ja! Dat was het grote nieuws van een dag of veertien terug. ‘Fake news’, zou Trump zeggen. En hij heeft gelijk; voor één keer.
Maar repeteren gaat niet, het mag niet en we willen het ook niet! De freule is volgens Rutte voor de tweede keer in haar puberteit gekomen. Wanneer handelt ze toch net als wij en blijft ze gewoon weg van waar ze niet mag komen? Afwachten maar weer. De lente en de zomer met zijn hittegolven hebben we immers ook afgewacht. Waarom de herfst dan niet?

In mijn zondagmiddag dutje – dat was ook ‘fake’ – bedacht ik wat ik zou gaan schrijven vandaag.
De tv-beelden van afgelopen week lieten zich achter mijn gesloten en duttende ogen weer even zien. Gelukkig niet allemaal en zeker niet al die wekelijkse ellende.
Nee! Ik kreeg tijdens mijn ‘fake dutje’ een groot respect voor de uitvinder van de platte tv van tegenwoordig. Zo eentje die tegenwoordig iedereen aan de muur heeft hangen of op of in een tv-kast heeft staan. Een tv zo plat als drie dubbeltjes… Ik weet eigenlijk niet precies hoe dik een dubbeltje ook alweer was. Maar voor de uitvinder van onze platte tv heb ik echt groot respect, want ik zag gisteren in mijn ‘fake dutje’ Connie weer even achter mijn dichte ogen verschijnen.
Ik had Connie afgelopen week in een praatprogramma gezien, op mijn platte tv. Connie Witteman.
Het praten van Connie viel me tegen, ondanks de meer dan vol opgeblazen en plastic ogende lippen die ze vooruit tuitte. En eerlijk gezegd viel het weerzien van Connie me ook een beetje tegen.
Ik herkende Connie nog van bijna 40 jaar geleden. Toen mocht ze samen met Maria en met mij op de foto, ergens in een supermarkt in Noord-Holland, waar Connie voor haar vele fans en voor ons, twee niet-fans, mocht optreden. Want Connie was zangeres en zangeressen moeten het hebben van optredens. Maar dat wisten wij niet en juist daarom mochten wij komen luisteren.
Wij dachten immers dat zangeres Connie het níet moest hebben van een optreden, maar van haar goed gevulde boezem. Jullie kennen Connie toch ook wel? En anders toch wel onder haar niet echte zangeressen naam: Vanessa! Vanessa uit de tachtiger jaren, ja! Vanessa van de vorige eeuw…
En met haar goed gevulde boezem mocht Vanessa toen na haar optreden met ons op de foto om te laten zien dat ze het toch moest hebben van haar zingen. En dat hebben we toen bijna 40 jaar geleden wél gezien, maar iets minder gehoord.
Het is een heel verhaal dat in 1981 begon op de radio en ik zou hiermee gemakkelijk deze hele maandagmail kunnen vullen. Wie weet een volgende keer.
Maar goed. Deze Connie kwam dus afgelopen week voorbij tijdens een praatprogramma op tv. En ze had haar goed gevulde boezem meegenomen, maar (en dat verbaasde mij) de vulling was na die veertig jaren letterlijk naar haar hoofd gestegen. De plastic ogende opgeblazen lippen toeterden vol in beeld op mijn tv-scherm. Op dat platte, drie dubbeltjes dikke tv-scherm, dat als een levend schilderij aan onze kamermuur hangt te hangen. Hoe is het mogelijk?! Alles van Connie en dat op een scherm van maar drie dubbeltjes dik!
Je begrijpt mijn diepe respect voor de uitvinder van de platte tv…

Er kwamen gelukkig meer beelden voorbij tijdens mijn ‘fake-dutje’ van gisterenmiddag.
Sinds het gefoeter over de freule zijn ook onze avonden veel minder gevuld dan de lippen van Connie. Het ‘bankhangen’ is bij ons tweeën populairder dan ooit en het drie-dubbeltjes-scherm maakt voor Maria en voor mij overuren.
Ziggo zorgt er dan ook nog eens voor dat alles, wat al weken eerder werd uitgezonden, nogmaals tijdens het menu van de avond opgediend kan worden. En wij hadden afgelopen week gekozen voor het volledige menu van ‘Restaurant Misverstand’. Een hele reeks van afleveringen werd op ons verzoek door Ziggo voor drie dubbeltjes afgespeeld.
Misschien kennen jullie dat restaurant ook wel. En anders moet je Ziggo nog eens vragen… Restaurant Misverstand!
Wat heerlijk dat een driedubbeltjes scherm van een niet te vatten ziekte ook de mooie kanten kan laten zien.
Dat het kan laten zien dat mensen met Alzheimer er werkelijk wél toe doen en hen laat beseffen dat ze nog steeds een bouwsteen zijn voor onze maatschappij. En dat wij die ziekte leren begrijpen en patiënten gelukkig zien samen met hun meest naaste geliefden. Alzheimer! Who the f*** is die ouwe? Daar hebben wij afgelopen week met droge tranen naar gekeken in Restaurant Misverstand.

Mijn oudste broer Ton was een jaar of vijftien, denk ik. Ikzelf was nog geen tien.
‘Onze Toon’ (je weet wel: in Brabant is alles …) stond al altijd voor me klaar. Hij liet me als klein kind al spelen, nam me mee naar de Mariaboom in de Handelse Bergen of we liepen zomaar wat in de tuin. In ‘den hof’, zoals we toen zeiden. Hij legde dingen aan me uit, die ik toen nog niet begreep.
Ik weet nog dat ik samen met hem ging fietsen. Of beter andersom: Hij ging met míj fietsen. Handel, Boekel, Erp (mijn hemel, wat een hottenbotsende keien hadden ze daar neergelegd). We fietsten helemaal naar Veghel en verder langs het kanaal naar Den Bosch en Vught. Onze Toon liet me de gevangenis zien. Alleen van de buitenkant overigens…
Van de terugweg weet ik me niks meer te herinneren, alleen de zadelpijn en dat ik wel thuis gekomen ben. Op die oude meisjesfiets van mijn nog oudere zus, die toen nog wel voorzien was van fietsbel, licht en achterspatbord… De fiets was voorzien, bedoel ik. Niet mijn zus…

Onze Toon werd zestien en hij kreeg een bromfiets. Een groene Batavus waarvan gedurig de bougie met een stukje schuurpapier schoongemaakt moest worden. Daar hoefde hij niet eens voor te remmen; de brommer leek wat dat betreft op een volautomaat. Dat leerde ik ook van onze Toon.
Hij ging vaak genoeg met mij achterop een stukje brommen, tot zelfs voorbij die ene boom tussen Baexem en Grathem, waarvan ik het merk nog steeds niet weet, maar waarin ik een jaar of vijf later wel mijn naam gekrast heb.

Onze Toon werd achttien en binnen een jaar kreeg hij zijn rijbewijs. Zo af en toe werd er een auto gehuurd, een witte Volkswagen kever. Hij ging met mij rijden en ik mocht vóórin zitten! Ik voelde me een nog ongeboren Max Verstappen. Geweldig!

Onze Toon was pas/al achter in de zestig, een jaar of zes, zeven geleden. Hij kreeg Alzheimer
O ja, hij is vrolijk, altijd. En lief als altijd. Hij zingt en jodelt en laat je merken dat óók jij er toe doet.
Af en toe neem ik hém nu mee. Een stukje wandelen, een rondje fietsen. We puzzelen samen. Ik laat hem nu naast mij zitten vóórin de auto en hij weet niet dat we net als Max Verstappen hetzelfde rondje alwéér rijden. Maar hij geniet en hij zingt en jodelt…
En ik zing en jodel en lach met hem mee. En ik huil droge tranen…

Wat kan een week soms bewogen zijn. Is het toeval dat dit afgelopen week zo was? Misschien, maar ik geloof het niet.
Eén dag na de Ziggo marathon van Restaurant Misverstand stuurde Johnny mij een e-mail.
Jullie kennen Johnny misschien nog wel; mijn neef uit Gemert die meer dan zestig jaar geleden met mijn oom en tante naar Canada emigreerde.
Een aantal jaren geleden was Johnny met zijn vrouw tot twee keer toe tijdens een Égewies repetitie op bezoek en zong hij en speelde hij op zijn mondharmonica. Weet je nog?
Johnny is muzikant in hart en nieren en een jaar of acht geleden schreef hij een liedje voor zijn vader, die toen al ver in de negentig was. Een lied met herinneringen over de tijd dat hij liefdevol zijn vrouw – Johnny’s moeder en zus van mijn moeder – verzorgde in al die jaren dat zij leed aan Alzheimer. Alzheimer! Who the f***
Johnny speelde en zong toen zijn ‘Dream on my darling’ en zijn zoon Jef nam het op. Daarna kwam het lied in de bekende lade terecht. Onderin.

Tot afgelopen week.
Johnny’s zoon, ook muzikant, schoof zijn la open en vond het lied weer. Hij speelde er wat instrumenten bij en zette het lied, samen met een aantal foto’s uit het alleronderste van de la, op YouTube om het op deze manier te kunnen delen met de familie, met de neven en nichten, met mij…
En dat alles vertelde Johnny mij afgelopen week in zijn e-mail en in het telefoongesprek dat we hadden. Het was voor mij het ultieme en niet te versmaden nagerecht na de lunch van Restaurant Misverstand.
Met de koptelefoon strak over mijn oren heb ik naar het lied geluisterd en wéér en wéér geluisterd. En ik zag achter mijn gesloten ogen de vertaling van ‘Dream on my darling’ duidelijk voor me:

… droom verder mijn liefste…
… diep in je hart zijn vragen, geen antwoorden…
… je ogen willen een verhaal vertellen…
… droom en ben gelukkig…
… laat een nieuwe morgen komen…
… en laat gisteren gaan…

 

Ik huilde mijn droge tranen…

Tot wèrus!
Peter

p.s. ‘Dream on my darling’ by John Ham: https://youtu.be/8iVxxOfTc7k