Peternoster
'Het leven is een groot feest, maar je moet wel zelf de slingers hangen....'

Maandagmail


Over de foto en zo
17 mei 2021

Na 12 1/2 jaar muzikaal leider te zijn geweest van Gezelligheidskoor ÉgeWies vond ik het tijd worden dat iemand anders mij zou opvolgen.
Als pensionado had ik wel de tijd en ook beviel het mij meer dan prima, maar toch wilde ik iets anders. Ik wilde zelf een beetje gaan zingen, in het koor, maar ook in een kleine groep. Een beetje ander repertoire: country, sixties, Brabants... Noem maar op. 'Ut Singt! werd geboren.

Het bestuur had tijdig een opvolger gevonden, hoewel dit niet gemakkelijk was. Een aimabel persoon, waarin iedereen veel vertrouwen had.

Langzaam maar zeker groeide ik naar 'mijn eigen koningsdag', die voor mij op 8 april 2018 gevierd zou gaan worden. En daarna? Nou... gewoon...

Hij leerde mij asperges eten!

 


Hij leerde mij asperges eten

Beste mensen van ÉgeWies,

Hij leerde mij asperges eten!
Dat schreef ik afgelopen week als allerlaatste in mijn maandagmail. En dat, over die asperges, dat verdient uitleg. Maar zover is het nog niet.
Iedereen weet dat het nu wél aspergetijd is. Fiets maar eens rond mét of zónder foekfiets en je ziet de met zwarte verf geschreven te-koop-bordjes van het witte goud in menig boerderij tuinderijtje staan: ‘Asperges hier verkrijgbaar’! Zeven tot acht euro per ongeschilde kilo en met dit koude en nauwelijks zo te noemen voorjaarsweer worden ze soms nog duurder aangeboden.
Je ziet: ik ben aardig op de hoogte van het witte goud dat, eenmaal boven de afgeplatte molshopen rijen uit, gewoon groene asperges worden.
Ik moest echter niks hebben van die waterige snotpiemels op mijn bord. Geen smaak, concludeerde ik van jongs af aan. Zelfs de soep ervan mochten ze van mij in een Unox wegwerpblikje verpakken.
Maar dat veranderde allemaal in het voorjaar van 2018, want ‘Hij leerde mij asperges eten!’

Maar zover is het dus nog niet in mijn ÉgeWieze muzikale autobiografie. Het moest eerst nog Kerstmis worden. Kerstmis 2017! En dat is in hartje zomer van dat jaar nog een paar maandjes ver weg.
Ik besef dan ook terdege dat ik een besluit genomen heb en dat het als herder van ÉgeWies mijn laatste kerstoptreden zal gaan worden. Een optreden van ons koor met een gast of gastgroep of -koor.
Ik heb altijd gehouden van Kerstmis, van het kerststalletje dat bij ons thuis jaarlijks een week of twee onze huiskamer mag sieren. Dat stalletje dat zo’n tachtig jaar geleden gemaakt werd door mijn vader en dat momenteel bijna bezwijkt door het gewicht van de gipsen engel die eraan hangt. Aan nog steeds hetzelfde spijkertje van misschien wel méér dan tachtig jaar oud.
Ik heb samen met ons koor gehouden van de kerstliedjes die we zongen tijdens de ÉgeWieze KerstInns bij Raadhuis Frans. Ik kon met Kerstmis mijn muzikale ei wel kwijt; veel beter dan met Pasen… De Herder, Kerstnacht in de Peel, liedjes die ik ooit schreef voor de Wanroijse nachtmis van 1976.
En nu in hartje zomer van 2017 ontspruit zomaar een winters tafereel in een nieuw liedje en ben ik zins om Kerst op ’t Plein aan het einde van het jaar te laten zingen door ons gezelligheidskoor. Een eeuwenoud thema in een bijdetijds jasje van kerstmarkten en Glühwein, maar ook van angst voor terreur,  aanslagen, dood en verderf. Kerst op ’t Plein krijgt gestalte in de stal van Kerstmis, maar ook in de naam van het thema voor ons eindejaar optreden in ons eigen Wapen van Wanroij. En om dat alles te realiseren krijg ik erg veel steun van de in het leven geroepen kerstcommissie, maar ook alle medewerking van hem. Hij, die me in het nieuwe voorjaar asperges zal leren eten

Op de barkrukken – lees dit woord zoals het hoort – tijdens de ‘derde helft’ leren Leo en ik elkaar wekelijks en beetje bij beetje kennen. Beiden aan weerskanten van de hoek van de bar kunnen we elkaar in de ogen kijken en gemakkelijk ons beste oor naar de ander toe draaien. Leeftijden van rond de zeventig gaan vaak gepaard met voorgenomen bezoekjes aan Beter Horen van de tv-reclame.
Leo is aimabel, heel erg. Hij heeft hart voor muziek en voor de mensen die het beoefenen. Hij is muzikaal, vind ik. Hij is ervaringsdeskundige als muzikant bassist en gitarist. En hij toont politieke belangstelling voor meer dan alleen muziek. Is respectvol en begripvol. Hij houdt van humor, van een goede mop, al dan niet met een schuin randje. Van barpraat als ‘jongens onder elkaar’. En hij houdt van een goed glas. Ik ook…
Elke week praten wij wel even over ‘Kerst op ’t Plein’. Leo heeft en geeft ideeën over de invulling van zo’n bijzonder kerstoptreden. Leo heeft de gave om op de achtergrond de vóórgrond te betreden en vorm te geven. En Leo laat mij tijdens mijn laatste officiële optreden als herder van ÉgeWies in mijn waarde. Enorm! Dat waardeer ik. Leo is erg dienstbaar. We kunnen het goed samen. Heel goed.
Misschien té goed…

Tijdens de repetities leert Leo de koorleden kennen. En omgekeerd. Regelmatig kan hij zichzelf tonen als mijn opvolger. Elke repetitie krijgt en neemt Leo de gelegenheid zichzelf aan iedereen te laten wennen. Tot en met Le coq est mort. Jammer genoeg begin ik erin te geloven dat die haan toch wel echt dood is…
Och, soms wordt er wel even gemopperd: Dat hebben we zo niet geleerd… Peter deed het anders… Dat mag toch? Niemand is toch hetzelfde? Bij een tweede bezoek aan de tandarts is het toch ook nog steeds wennen? Niet dan?
En na de pauze, na ons beider zweetpartijtje en glaasje verfrissend bier, krijg ik steeds meer de gelegenheid om mijn kerstliedjes te oefenen. Kerst op ‘t Plein. ‘Over en uit’ komt steeds dichterbij.

Kerst op ’t Plein is een fijn eindejaar succes. Voor iedereen een prachtige afsluiting. Voor mij voel ik het als een prachtige, maar ook definitieve afsluiting.
Een volle zaal geeft na afloop een gemeend, bijna donderend applaus. Tevreden, heel erg tevreden, druppelen zweetdruppels naar beneden en spatten vóór op het podium uiteen. Van mij. En naast mij, van Leo.

In het nieuwe jaar 2018 ben ik vooral ‘een stukje orkest’. LL (Limburgse Leo) leert ons op zijn Meeuwis’ ‘Brabant’ zingen. En Vicky’s ‘Ich hab’ die Liebe gesehen’. Met dat laatste heb ik meer moeite; ik zie ze immers nog steeds, elke dag weer.
En met allebei de liedjes kijkt Leo mij voor elk begin aan. Het ‘stukje orkest’ heeft immers alle medewerking toegezegd om de wisseling van de wacht goed te laten verlopen. ‘Begin maar’, zegt Leo. En dan begin ik maar…
Achteraf, aan de hoek van de bar, proosten we. Wekelijks!
We stellen elkaar vragen en geven elkaar onze antwoorden. Leo geeft stuwing aan mijn eigen plannen en een klein zanggroepje vormt zich, repeteert en breidt het repertoire uit. Mijn wens voor ‘Ut Singt!’ wordt geboren en Leo toont zich de waardige en aimabele ervaringsdeskundige, de vroedman van ‘Ut Singt!’ en hij zingt ‘Wie sjoen os Limburg is’. Repertoirekeuze is een meesterlijke kant van Leo en daarmee klopt hij regelmatig op de deur van ‘Ut Singt!’ En ook op die van ÉgeWies: ‘I’m gonna knock on your door…’

Koningsdag 2018 nadert. Mijn voorgenomen ‘stopdatum’ wordt gehaald en ook ieders doelstelling: mijn ÉgeWies krijgt een opvolger in LL.
Ik ben content, ik ben meer dan tevreden met de aimabele man, die tijdens elke repetitie zijn hart en ziel uitblaast over het koor; zijn koor nu. Ik ben een ‘stukje orkest’ en ik voel geen enkele druk, ik maak me niet druk en ik doe wat ik hem beloofde: steun en toeverlaat zijn.
Mijn eigen koningsdag is wijselijk door het bestuur van ÉgeWies naar voren gezet. Het past niet bij de verjaardag van WA. En een afscheidsfeest als muzikaal leider van ÉgeWies hoort niet met oranje wimpels aangemoedigd te worden.

Zaterdag 8 april 2018.
Vraag me nooit of ik de mededeling van de voorzitter over dit feest leuk vond. Ik zou er nooit geen eerlijk antwoord op kunnen geven.
Een feest waarop ik voor de laatste keer na 12 ½ jaar mijn koor mocht leiden. Een feest met héél ÉgeWies, met voorzitter Margot achter de lezenaar, met Suuk-7 als gast, met LL als aangekondigde opvolger, met een enthousiaste burgemeesters speech, met veel publiek handgeklap, met boeiende toespraakjes, met niet verwachte cadeautjes, met wensen over en weer, met … Er bleef door mij niets te wensen over.
Mijn koningsdag werd onbeschrijfelijk mooi. Ik proefde ieders waardering en het smaakte geweldig, naar meer. En dat waardeer ik nu, drie jaar later, nog steeds.

Het is aspergetijd in 2018.
Op de hoek van de bar, op de barkrukken – lees dit woord zoals het hoort – werd al een vooraankondiging gedaan. LL nodigde mij en mijn Maria uit voor een leuke middag in zijn Limburg en samen met zijn vriendin, ’n vriendin.
Leo vroeg me of ik van asperges hield, met ei, ham, krieltjes en botersaus. Of met zalm. Ik vertelde eerlijk wat ik altijd van vond die waterige snotpiemels op mijn bord.
Leo vertelde me dat een asperge met liefde geschild moet worden en geweekt moet worden en daarna gekookt moet worden in koud water… Gekookt in koud water! Ik twijfelde plotsklaps aan alle Limburgers. Maar ik zei dat Maria en ik graag op de uitnodiging met de waterige snotpiemels zouden ingaan.

Het werd een mooie middag. Het klikte tussen ons vieren als een pas gesmeerd foekfietsslot.
Een ‘tas’ koffie, Limburgse vlaai, een Eendenmeer wandeling en niet gezongen zagen we toch ‘Wie sjoen os Limburg is’.
Een meer dan aardige vriendin, die ons nadien samen met een wijntje en een tripel liet genieten van het Limburgse voorjaarszonnetje in Leo’s kleine bloeiende tuin.
En in de keuken kookte het koude water, sprongen de krieltjes rond, wachtten de paselijk gekookte eieren, trilde de ham als een speenvarken, zwom de roze zalm in de pan en de waterige witgouden snotpiemels glommen genietend van de roomboter.

Heerlijk, meer dan smakelijk. Dat vraagt om herhaling! Het smaakte geweldig, naar meer.
Tevreden en voldaan veegde ik met een servet wat roomboter van mijn lippen en naar mijn behoorlijk grijzende en kort behaarde kin. Ik snakte naar een volgend etentje, want…
Hij leerde mij asperges eten…’!

Tot wèrus! Nee, tot gauw!

Peter