Peternoster
'Het leven is een groot feest, maar je moet wel zelf de slingers hangen....'

Maandagmail


Over de foto en zo
21 juni 2021

 

Vandaag beschrijf ik de ÉgeWieze periode van de jaren 2018 en 2019 in mijn maandagmail.

Al langer had ik bij het bestuur van ÉgeWies aangegeven, dat er naar een opvolger voor mij gezocht moest worden.
Niet omdat het muzikaal leiderschap mij geen voldoening meer gaf, integendeel. Maar ik wilde ook graag iets anders, erbij. Een klein zangclubje met vier tot zes mensen bij elkaar. Ook dat zou zijn voorbereiding nodig hebben en juist dat wilde ik niet meer combineren met het leiderschap bij ÉgeWies. In het gezelligheidskoor wilde ik het 't liefst laten bij zingen en gitaar spelen.

Al gauw ontstond Mama Pele, dat kort daarna werd opgevolgd door Ut Singt!

Maar ook ÉgeWies verdiende aandacht en stond vol in het middelpunt; in de wind zelfs!

 


Het loopt zoals het loopt

Beste mensen van ÉgeWies,

Het loopt zoals het loopt en als het niet loopt, dan staat het stil.
En dat mag niet. Dat hebben we afgelopen anderhalf jaar met de freule wel gezien. Door die heks hebben we al die tijd stil gestaan.

Ik ben dan ook blij dat er weer schot in de zaak zit, ook al is er al zo vaak misgeschoten op diezelfde freule. Het duo persconferentie Rutte en De Jonge en al hun zwaaiende gebarenvertalers met de mimiek van Rob van Reijn. (Kennen we hem nog?)
Ze hebben daadkrachtig opgetreden afgelopen week en dat was volgens velen voor de eerste keer en ook noodzakelijk om de vele korte lontjes wat speelruimte te geven.
Maar ook ons ÉgeWies bestuur heeft daadkracht getoond. We hebben allemaal een uitnodiging gekregen om op maandag 12 juli onszelf voor te stellen aan elkaar. Stel je voor dat we vergeten zijn wie we zijn.
We gaan een gezellige avond tegemoet met ons allen. In ’t Wapen, in de grote zaal, de theaterzaal. En daar gaan we een begin maken om ons eigen ÉgeWieze theater weer op te starten. Plannen voor ‘na de vakantie’! Ik kijk er naar uit. Ik kijk er werkelijk naar uit en kan bijna niet wachten. Geen mondkapje meer, alleen die anderhalve meter met gewassen handen. Maar het theater is groot genoeg en water voldoende!
Bestuurlijke daadkracht! Dat is het en dat was het… In 2019, nu ruim twee jaar geleden al…

Het is nog ver vóór de aspergetijd van 2018, als de Nieuw-Bergense Leo mijn rol als muzikaal leider overneemt.
Wat kon mij het schelen, die asperges… Ik verkondigde immers mijn hele leven lang al luidkeels, dat er absoluut geen smaak zat aan dat witte soepgoud, dat jaarlijks volop de kale kop wilde uitsteken boven die kilometerslange opgehoogde en gladgestreken molshopen van Maasklei. Ook die van Nieuw-Bergen en omgeving. En dat beweerde ik ook, als ik met Leo tijdens de derde helft weer op de hoek van de Wapense bar in de foyer zat. Maandag na maandag. ‘Waachte gij mèrus, gij menneke!’, zei hij dan. ‘Gij zult er nog wèl us van lusse…!’
Daar op die plek op de hoek spraken we ook over hoe het verder moest met ons koor, zijn koor, mijn koor. Want het zou niet zo gemakkelijk worden, vonden wij allebei. Maar we praatten ook hoe het verder zou moeten met ons twee. Leo wilde door mij duidelijk gesteund worden, geholpen, geadviseerd en (zoals hij letterlijk zei) onder de kont geschopt. Het was immers een bijzonder volwassen koor met een leider die weinig gemeen had met een dirigent, maar tegelijkertijd ook weer heel veel.
Ik beloofde uit de grond van mijn hart, dat hij daarop kon rekenen en alles zou delen waaraan hij behoefte zou hebben. Ik was al klaar voor de gevraagde schop, als ik dat nodig vond.
En zo liep het zoals het liep. Maar het liep niet altijd…

Leo was een begenadigd verteller, redenaar, zanger, humorist, bassist, vooruit ook gitarist, optimist en idealist. Kortom, hij was zowat alle -isten die ik kan verzinnen. En dat zijn er toch een paar.
We hingen best wel aan zijn lippen als hij ’s maandags voluit praatte over… Ja, waarover eigenlijk niet? Hij prees mij bijna elke repetitie als Peter de Grote wel zeven keer de hemel in, waarvan ik toch weer telkens hoopte dat hij dit niet al te letterlijk bedoelde. Ik heb heel weinig met die zeventiende-eeuwse Russische Poetinski en ik wenste mezelf dan ook veel meer een hemel op aarde.
Ik zie hem nog staan vóór zijn koor; heel vaak als een surrogaat blote voeten pater in zijn grote sandalen. Leo straalde een groot charismatisch vertrouwen uit als mens, liefdevol en begripvol, die ook zijn idealen wilde nastreven: ÉgeWies op een hoger plan brengen… Een niet zo bedoeld en gemeend steekje, dat pas een jaartje later bij mij een beetje pijn ging doen.

Vanaf januari 2018 vonden ook de eerste optredens plaats onder zijn muzikale leiding. Een leuk optreden op de seniorenbeurs in Veldhoven, optredens in zorgcentra van zijn Nieuw-Bergen en in dat van Overloon. Een besloten optreden voor eigen leden: Jans Elly vierde immers BijTies haar 65ste verjaardag.
Het was heel prima en bijna vanzelfsprekend van Leo dat hij mij vroeg naar een mogelijk programma, aangepaste lied- en spreekteksten en achtergrondinformatie voor al deze optredens. Een geleidelijke overgang naar zijn rol als muzikaal leider was voor ons allebei goud waard. Het witte goud, zou later blijken… Meestal – bijna altijd – moest ik inzetten met zowat elk liedje, het koor op gang trekken. Vaak dacht ik dan aan die schop onder de kont, maar mijn door hem gewenste en beloofde ondersteuning zou zeker met de tijd wel minder worden en uiteindelijk verdwijnen. Dacht ik… Maar het is niet alles goud wat er blinkt.

Tijdens de repetities werden nieuwe liedjes aangesproken door Leo.
Brabant, El Condor Pasa, Mammy Blue, I’m gonna knock on your door, Ich hab’ die Liebe gesehen...
Buiten de repetities om werd Mama Pele geboren, een lang gekoesterde wens van mij en mede reden, waarom ik graag mijn muzikaal leiderschap van ÉgeWies inruilde.
Mama Pele! Het zanggroepje bestond in aanvang uit vier mensen en we repeteerden in de concert-werkplaats van ene, toen nog 78-jarige, Tien!
Mama PeleMaria, Maria, Peter, Leo… Op de zondag van het ÉgeWieze optreden in Boxmeer had Mama Pele een eerste optreden in Old Inn in Ottersum. Niet dat dit zo’n enorm succes was, maar ik genoot! Dit wilde ik… Heerlijk!
Het zangclubje werd gaandeweg iets groter en de naam veranderde noodgedwongen in Ut Singt! Ik genoot elke keer weer, van de concert-werkplaats bij Tien, van de geluidstechnicus Chris, van de Limburgse Jan Linders vlaai, van de Rode Hoeden van de Vrolijke Vröllie, van alles…
En ik had er nu best wel tijd voor. Geen maandagse ÉgeWieze voorbereiding meer. Nou ja, soms nog wat op papier zetten of teksten aanleveren voor Leo. Akkoorden, de opzet van Le coq est mort… Zelfs tot twee keer toe; Leo was wel eens wat kwijt. Toch bleef die Franse haan wel in leven, dat wel ja, maar hij takelde zienderogen af. En nog niemand kraaide ernaar.

Ik ontdek nu, dat mijn eerste zin van deze maandagmail hélemaal niet klopt, of beter gezegd: niet helemáál: Het loopt zoals het loopt en als het niet loopt, dan staat het stil. Dat laatste dat klopte toen niet. Het liep wel zoals het liep, maar het stond niet stil.
‘Ut sukkelde hèn…’; dat past beter.
Och ja, we hadden leuke optredens, zeker de besloten bijeenkomsten bij die van de eigen leden. Onze 65-jaar wordende Wilma BijTies, onze Max die bij De Batavier zelfs 80 werd: Al mot ik kruupe, op blote voete gôn… Iedereen wilde erbij zijn, mee kruipen, al moest dat zelfs met blote voeten. Het thuisfeest van 65-jarige Dilia… Geweldig toch?

Maar het liep zoals het liep en ut sukkelde hèn… Viel dat Leo kwalijk te nemen? Met zijn toch altijd tomeloze inzet, goede wil en liters druppelend zweet? Viel het wel iemand kwalijk te verwijten? Moest ík het me soms kwalijk nemen?
Feit is dat we niet echt de vooruitgang maakten, die iedereen zo graag wilde zien. Het ging niet en het liep niet, maar ut sukkelde.
Het animo om een repetitie bij te wonen werd duidelijk minder, het gemopper werd hoorbaar meer. Niet altijd terecht, maar soms wel heel begrijpelijk.
Onenigheid over onze plaats, links of rechts, of in het midden. Een gangetje als een geluidsbarrière ertussen. Onduidelijkheid over de rolverdeling met of zonder solisten met het kind van de lente. Er waren leden die besloten een andere invulling van de maandagavond te geven. En er was een bestuur met maar liefst alle tien de handen in het haar.
Zelfs de aftakeling van de Franse haan was bijna compleet… En een enkeling kraaide er nu naar.
En bij mij? Het niet zo bedoelde en gemeende steekje, van al een jaar oud, ging nu bij mij toch een beetje pijn doen.

Maandag 13 mei 2019. We gaan optreden in de Boxmeerse Symfonie. Aandachtige bewoners toveren veelvuldig een berg van geluk en blijheid op hun gezicht. Hoewel Leo mij vraagt om de liedjes bij de bezoekers in te leiden en af te kondigen, geeft hij zich helemaal over om van het optreden een succes te maken. Hij en heel ÉgeWies krijgt een welverdiend applaus en vele blije gezichten vertrekken nadien gerollatord en gerolstoeld naar hun kamers.
Ik denk slechts: Leo, doorpakken nu! Laat mij los! Het is ván jou! Het is vóór jou!
Maandag 13 mei 2019 moet ik jammer genoeg ook als het laatste optreden onder muzikaal leijderschap van Leo in mijn ÉgeWieze biografie opnemen. Het loopt zoals het loopt.

Ik stuur kort na nog enkele repetities een e-mail naar de voorzitter en vertel tijdens een gesprek met het bestuur over de pijn, die mij toch een beetje meer steekt nu. Steeds meer. Tien bestuurshanden geraken langzaam maar zeker ontward uit de haren. Na een gedegen en niet overhaast overleg wordt een oprechte mening gevormd en bestuurlijke daadkracht getoond en uitgedragen in een respectvol besluit.
Een bewogen week later laat de Franse haan, met niet altijd droge tranen, ontroerd zien en horen dat van aftakeling geen sprake is. We kraaien met zijn allen een vreugdevolle nieuwe start.

Tot slot nog even dit
Iedereen die mijn maandagmail van afgelopen week heeft gelezen, zal begrijpen waarom ik deze de titel ‘Alle einde is moeilijk’ meegaf. Maar alles in het leven loopt zoals het loopt en sukkelen doen we ook allemaal wel eens.
Ik vond het moeilijk deze maandagmail te gaan schrijven, heel moeilijk, maar ik wilde en kon het niet uit de weg gaan.
Laat het wel voor iedereen heel duidelijk zijn: het is mijn verhaal, mijn gevoel, mijn kleine waarheid.

Twee aspergeseizoenen lang heb ik Leo mogen kennen als iemand die me wel lag, als iemand die me zelfs erg na aan het hart lag.
En voor die tijd, waarin ik van hem leerde om asperges te eten, waarin we samen op de hoek van de Wapense bar konden zitten, waarin we samen met Mama Pele speelden en Ut Singt! vormden, waarin we samen bij het Eendenmeer wandelden, waarin we met tweeën liedjes zochten en zongen, waarin we luisterden naar een concert van Dick van Altena, waarin we bij zijn 75ste verjaardag waren, voor die tijd met Leo ben ik dankbaar. En die tijd zal ik ook lange tijd blijven koesteren.

Ik weet dat er mensen onder ons zijn, waaronder ook ik, die teleurgesteld zijn, niet terecht verwijt kregen, voor het hoofd gestoten zijn of wat dan ook.
Dat is erg en dat mocht niet gebeuren, dat waardeer ik niet en dat veroordeel ik en ik neem stelling daartegen. Maar diep, heel diep in mijn hart kan ik wel een beetje meevoelen.

Ik begrijp het allerlaatste, dat ik van Leo in zijn geliefde Frans op mijn mobieltje las, erg goed: Partir c’est mourir un peu. Weggaan is een beetje doodgaan…
Maar wie weet komen hij en ik elkaar nog wel eens tegen. Wie weet! We zien wel!
Het loopt zoals het loopt…

Tot wèrus!

Peter